Naam Isiah Arrow
Alle Kinderen

Knappe pingpongkampioen Isiah

Isiah (15 jaar) moest na zijn geboorte zes weken in het ziekenhuis blijven. Zo lang duurde het om hem af te laten kicken van de alcohol. Hij woog 1795 gram, was 42 centimeter en kreeg enkel sondevoeding. Zijn oma heeft zich toen over hem ontfermd. Tot haar dood sprong ze voor hem in de bres. Nu zorgt zijn tante Peggy voor hem.

“Hoe ziet zijn toekomst eruit? Ik zie het helemaal nog niet voor me.” - Tante Peggy

Inmiddels is Isiah een knappe jongeman. Hij heeft pukkels, de baard in de keel en de hormonen vliegen door zijn lijf. Op facebook zoekt hij aandacht van vrouwen. Wildvreemden vraagt hij: 'Wil je verkering?' Of: 'Ga je mee naar de wc?’

“Isiah kan niet inschatten of een meisje qua leeftijd bij hem past.” - Tante Peggy

Sociaal contact is voor Isiah lastig. Zijn vriendjes van school wonen te ver weg en in de buurt vindt hij geen aansluiting. Hij gaat niet graag alleen naar buiten en het liefst speelt hij dagenlang op zijn Xbox.

Ik ben kampioen in:

“Pingpongen, basketbal, voetbal en Xboxen.”

Woont samen met:

“Mijn tante Peggy en met mijn pleegbroer Lorenzo.”

Mijn beste vriend is:

“Jacob, die zit bij mij in de klas. Maar hij woont niet in Vlissingen dus ik zie hem niet zo vaak.”

Mag me altijd wakker maken:

“Wakker maken? Liever niet.”

Als ik later
groot ben:

“Wil ik brandweerman of vakkenvuller worden.”

Moet altijd hard lachen:

“Om Lorenzo, als hij weer een gekke jurk aan trekt.”

Storm

Aan de keukentafel zit Isiah krom over een fotoalbum gebogen. Het ding valt uit elkaar, compleet versleten door de talloze keren dat hij erin bladerde. Gebiologeerd kijkt de jongen naar foto’s van zichzelf als baby. Hij is de wereld om zich heen vergeten. Zijn lange haar valt tot over zijn schouders. Lachend wijst hij naar het slangetje voor sondevoeding dat in zijn neus zit, naar zijn tante die bij hem op bezoek is in het ziekenhuis en naar zijn oma met haar gekke oude bril. Dan ziet hij een foto van zijn moeder. Hier heb je mama, zegt hij tegen zichzelf, en valt stil. Zijn blik verandert een fractie van een seconde, alsof hij iets zoekt in zijn geheugen maar het niet kan vinden.

>
<

Zes weken moest Isiah na zijn geboorte in het ziekenhuis blijven. Zo lang duurde het om hem af te laten kicken van de alcohol. Zes weken lang huilde Isiah. Hij was alleen maar stil als zijn oma er was en hem op haar arm nam. Zijn moeder was toen alweer thuis. Pleegzorg meldde dat Isiah niet bij haar mocht wonen, dus nam zijn oma de zorg voor hem over. Negen maanden lang kwam hij bijna niet van haar arm af. Hij sliep alleen wanneer hij bij haar in bed lag. Dat is nu, twaalf jaar later, nog steeds zo. Op zijn geboortekaartje staat alles nog eens op een rijtje: 11 maart, 1795 gram, 42 centimeter. Zo, oma, zegt Isiah opgewekt en hij drukt zijn neus bijna tegen een foto. Ik was echt heel klein!’

Soms is hij kwaad op zijn moeder, zeker nu hij wat ouder wordt. Als hij niet lekker in zijn vel zit, is het Isiah soms allemaal even te veel. Dan woedt er een storm in zijn hoofd en komen alle dingen naar boven: zijn vader die hij niet kent, zijn moeder die er vroeger weinig was, zijn halfbroertjes die hij nooit ziet. Op die momenten verandert het timide jongetje. Hij gooit en smijt met alles wat hij te pakken krijgt. Zijn oma laat hem zijn gang gaan, de storm moet eerst uitrazen. Daarna neemt ze hem bij zich, houdt hem vast en laat hem diep ademhalen. In en uit, in en uit. Net zo lang tot er van de storm niets anders rest dan dikke tranen.

Vlissingen, 2014

Word vriend van het FAS2025 project

En volg deze kinderen op weg naar volwassenheid

Steun het project!